1. De klassenmaatschappij is terug van nooit weggeweest, het enige verschil is dat ‘de adel’ nu in first-, business of VIP-class zit en valt het gepeupel onder ‘economy’. De middenklasse is een illusie die zich tevreden moet stellen met extra beenruimte of een zitje aan de nooduitgang. Verder kunnen we over de vlucht kort zijn: Marx sliep al voor take off en werd stijf wakker in de economy net voor touch down. Sawasdee k’ab.
  2. Bangkok is er nog steeds. Niet veel veranderd ten opzichte van 5 jaar geleden, wel worden er nu hangmatten verkocht.
  3. Mijn regel dat fruit het best onverwerkt en zeker niet warm geconsumeerd dient te worden, heeft hier zijn uitzondering gevonden. Fried banana. Heerlijk.
  4. Ongevraagd op een straatmaaltijd getrakteerd worden door een onbekende dame, ik zie het in België nog niet snel gebeuren.
  5. Bangkok en bij uitbreiding heel Thailand is een bouwwerf en het is moeilijk ontsnappen aan drilboren, mortelmolens en slijpschijven. Als het dan toch eens rustig is, is er nog altijd de cicade die gerust genoemd mag worden als ‘s werelds beste imitatie van een slijpschijf. Het beestje is geen twee centimeter groot, maar is de ongekroonde decibelkampioen van de tropen. Pintje voor degene die de eerste in Joke Schauvliege hare hof uitzet.
  6. Slijpschijven worden overigens zowel door mannen als vrouwen gehanteerd in Bangkok. Vreemd zicht: vrouwen op de werf. In het Thailand van de ladyboy is er van genderstereotypering weinig sprake.
  7. Pingpong-show meegepikt. De hoofdrolspeelster had een geschatte leeftijd van tussen de 50 en 100 en kon – hoewel naakt – allerlei sjalen tevoorschijn toveren. Nee, niet uit haar hoed. Vreemd schouwspel.
  8. Over airco moet ge de Thai niks leren. Ze staat aan en ze staat op maximum. Ik vermoedde dat de reden voor deze arctische temperaturen te zoeken lag in de lange afstanden. Ingevroren kan men namelijk het verouderingsproces afremmen en zo lange afstanden overbruggen. Misschien was het een testcase van NASA om deze techniek voor intergalactische reizen te gebruiken? De ware reden bleek minder voor de hand liggend en werd me aangereikt door een Maleisische boer die we in de restauratiewagen van de trein ontmoetten. Tijdens het werken op het land is het zo warm, zei hij me, dat ze hun transport graag koel houden. Zeer koel. Geen oog dicht gedaan uit schrik dat ze dicht zouden vriezen.
  9. Plastic rules the waves. Ko Tao, het paradijseiland waar we ons duikbrevet behalen, kan vertaald worden als Turtle Island. Het bleek er vroeger namelijk vergeven van de schildpadden. Deze zijn echter – zoals de toeristenfolder het eufemistisch stelt – “verder getrokken”. Lokaal praktisch uitgestorven is een andere manier om het te zeggen. Ook in Shark Bay bleek geen haai meer te spotten. Aan plastiek valt echter nergens te ontkomen; voor strandjutters op zoek naar plastic zijn het gouden tijden.
  10. Ridin’ turtles is not cool. De weinige schildpadden die nog overschieten nemen soms liftende duikers mee. Helaas merkt de schildpad niet dat ze hierdoor extra zuurstof verbruikt en komt ze net die cruciale laatste meters te kort om adem te happen. Verdrinken is geen pretje.
  11. De ontwikkeling van Ko Tao gaat exponentieel. Serge, een Nederlandse duikinstructeur, arriveerde hier zeven jaar geleden en was sindsdien getuige van een verdubbeling van de accommodatie. Een ander ding wat hij me leerde is dat Dengue fever ook geen pretje is.
  12. Elk jaar doden kokosnoten meer mensen dan haaien. Geen idee of het waar is, ik ga ze niet tellen, maar Hannelore zal niet snel vergeten dat ze niet te dicht langs kokospalmen mag lopen. Een meter was het verschil tussen de ultieme krachtmeting tussen kokosnoot en schedel.
  13. Tot zover schijnt de gemiddelde toerist Duits of Nederlands te spreken. Weinig Belgen, maar dat is al vaker opgemerkt. Dat Nederlanders ondernemender zijn en verder trekken dan de doorsnee Belg weten we al sinds de Vereenigde Oostindische Companie. Toch blijft het vreemd om in een afgelegen junglestadje door locals begroet te worden met de woorden: Goeiemorgen, hoe gaat het? Lekker geslapen? Allemachtig prachtig.
  14. Guus Meeuwis behoort tot het vaste repertoire van de plaatselijke entertainers. Als je even de bergen en jungle uit het oog verliest, waan je je in Vlissingen of Roermond. “Het is een nach, dieje nomaalallee in films ziet.” Fonetisch zitten ze bijna helemaal goed.
  15. (op de tonen van Jingle Bells)
    Jungle trek, Jungle trek.
    In Bukit Lawang
    See the river, see the birds.
    See Orang Oetang.
  16. Naast Belgen zijn ook Italianen ondervertegenwoordigd. De verklaring hiervoor werd ons gegeven door een zeldzame Italiaan waar we in de Indonesische jungle op botsten. Italianen vertoeven blijkbaar liever op een strand in de nabijheid van een comfortabel hotel. Zelfs voor een Italiaan is een zonnebril in de jungle erover. Zelf was hij hier het levende voorbeeld van en was hij enkel in de jungle om van zijn insectenfobie af te raken. Helaas tevergeefs en wat oorspronkelijk een 3-dagen trektocht was, werd na de eerste nacht en een bijna panische aanval van angst voor vlinders, herleid tot 1 nacht. Hij had er genoeg van. Ondanks zijn hermetisch van de buitenwereld afgesloten jungleslaapkamer. De gidsen hadden al een andere conclusie klaar en gingen uit van een homokoppel.
  17. Verder is Italië het mooiste land ter wereld, waarom het elders gaan zoeken?
  18. De Euro-crisis heeft ook hier gevolgen. Er is geen werk in Spanje, waarom dan niet van de nood een deugd maken en vertrekken. Tot dusver maakten we al kennis met drie Spaanse economische vluchtelingen. Daarnaast was er ook nog een Iers koppel dat om deze reden naar Australië emigreerde. Nederland en Duitsland blijken voorlopig onaangetast.
  19. We hebben eindelijk een plan. KL wordt het basecamp van waaruit we Navyseal gewijs Myanmar en Vietnam binnenvallen.
  20. Enkele prijzen hier in Indonesië (1 euro is iets meer dan 12000 roepie):
    • loon van een arbeider in de rubberplantage: 2 000 000 roepie
    • 2-slaapkamerappartement: 500 000 roepie
    • 3 dagen jungletrek voor 2 personen, terugkomend by tube: 1.700.000
    • ticket voor een job als politieman: 130 000 000 roepie
    • kilo rubber: 10 000 roepia
    • bribe voor politie wanneer gepakt tijdens marihuana trafficking: 30 000 000 roepie
    • Maaltijd: 15 000 tot 25 000 roepie
    • Goedkope kamer: 50 000 roepie
    • There is no police in the jungle. Nooit gedacht dat er zoveel wiet gerookt werd in wat, naar mijn mening toch, één van de strengste landen ter wereld was qua drugswetgeving. “Death penalty for drug trafficking” staat als waarschuwing op het visum. How wrong I was. Marihuana is wel illegaal (in tegenstelling tot magic mushrooms die gewoon op menukaart staan in Lake Toba), maar aan alles valt hier een mouw te passen. De Sumatraanse jungle biedt, behalve aan een hele rist gedier en –vogelte, ook onderdak aan uit de kluiten gewassen cannabisplantages die volledige heuvelwanden in beslag nemen. Een pintje voor degene die ze als eerste weet te spotten op Google Maps.
  21. Vaak hebben namen hier een betekenis: Orang betekent persoon en Otang van de jungle. Bukit Lawang, het dorpje waar we verblijven, vertaalt zich naar poort naar de heuvel.
    Bukit Lawang is een typisch voorbeeld van een toeristenbubbel. Over heel de wereld verspreid liggen er zulke toeristenbubbels, een beetje afgesloten van de ‘echte’ wereld. Tussen de verschillende toeristenbubbels schieten er op gezette tijden kleine bubbeltjes heen en weer en deze gaan onder de naam ‘tourist bus’. Je kan ervoor kiezen in deze bubbel te blijven – waar het overigens zeer aangenaam toeven is – of je stapt er af en toe uit en neemt het public transport. Wij deden het laatste. Zowel uit vrije keuze als uit financiële overwegingen (de tourist bus kost gemiddeld genomen drie tot vijf keer zoveel als het public transport)
  22. Public transport komt in Indonesië in 3 klassen. Regular bus, airco regular bus en VIP bus. De middelste leek ons wel wat. “The busride is a nightmare”, wist het internet. We waren dus gewaarschuwd. En het bleek geen loze belofte. Kakkerlakken die over mijn rug kruipen, daar kon ik nog mee leven. Bijtende bedbugs was iets minder, maar om 3AM gewekt worden door luide Indonesische muziek was erover. Zeker toen bleek dat de muziek enkel bedoeld was om de chauffeur wakker te houden en hij hiermee heel de bus gewekt had. Humeur even op dieptepunt en les geleerd: next time, bring earplugs.

  23. Het Indonesisch equivalent van vallende kokosnoten zijn dorians. Deze grote vruchten hangen aan hoge bomen en zijn met stekels uitgerust om the damage on impact nog te vergroten. Wel grappig zijn de locals die bij elke luide ‘boenk’ “DORIAN!” roepen en op zoek gaan naar het metalen golfplaten dak waar de vrucht op gevallen is. Deze kan vervolgens verkocht worden voor een roepie of 10 000. Wel niet aan mij liefst. De smeuïge, stinkende inhoud moet ge waarschijnlijk ‘leren eten’.
  24. “Indonesians are lazy!”, luidde het antwoord op mijn vraag waarom niemand hier de fiets nam. Alle afstanden worden met gemotoriseerd vervoer afgelegd of ge nu 40, 75 of 5 (vijf) jaar zijt. Iedereen bromt. Iedereen gidst ook. Niet moeilijk als blijkt dat natuurlijk ook deze licence te koop is.
  25. Semi-wild. De orang oetans die we spotten zijn ooit gevangen, gehouden als speeltje alvorens ze terug in beslag genomen werden en weer in hun natuurlijk habitat losgelaten. De beste manier om een aap uw huiskamer te laten opvrolijken is nog altijd National Geographic of Belgium’s got talent. Maar dus wel gewend aan menselijk gezelschap en – hoewel het verboden is – worden ze vaak met eten gelokt en gevoederd door de gidsen. Langs de ene kant afkeurenswaardig. Aan de andere kant biedt dit de toeristen een ‘guaranteed spotting’. Het verschil met een echte, wilde junglemens is toch niet zichtbaar. Nadeel voor de orang oetans is dat hun afhankelijkheid van mensen vergroot wordt en ze op deze manier menselijke ziektes kunnen oplopen en die op hun beurt weer kunnen doorgeven aan de wilde exemplaren. Interactie tussen de schuwe, wilde exemplaren en de semiwilden (die van de Wauberg) is er nog wel. Zelf waren we getuige van een wild mannetje en semiwild vrouwtje dat al swingend door de jungle trok.
  26. Om redenen van zelfbehoud springen orang oetans niet van tak naar tak, maar slingeren ze eerder. Mannelijke orang oetangs wegen vlotjes evenveel als mij.
  27. Het eigenlijke paren gebeurt, zoals bij de meesten onder ons, uit het zicht van gluurders.
  28. Missionarispositie. Orang oetans zijn primaten. Dit zijn blijkbaar de enige wezens die, naast mensen, elkander aankijken tijdens de daad. De missionarishouding dus, die zo wordt genoemd sinds de missionarissen in de brousse dit als uitverkoren positie propageerden. God hates doggy.
  29. Het voederen van de apen garandeert dan wel weer het voortbestaan van het ecotoerisme. Geen apen, geen toeristen en als de lokale bevolking geen munt kan slaan uit het toerisme zou het woud snel vervangen worden door eindeloze kilometers palmplantages. Afgewisseld met de occasionele rubberplantage. Iedereen moet eten.
  30. Sumatra ziet er vanuit Google Earth misschien nog wel heel groen uit, ik kan u verzekeren dat er slechts een zeer klein deel nog maagdelijk regenwoud is.
  31. Brown River. De rivier die door Bukit Lawang stroomt is enkel bruin in het regenseizoen. Niemand kon het me bevestigen, maar ik vermoed dat de wortels van palmplantages minder weerstand bieden tegen erosie dan het fijnmazig wortelnetwerk van primair regenwoud. Voedzame grond spoelt zo langzaam weg waardoor uiteindelijk enkel rots overblijft. Ook heel mooi, rots, maar geen regenwoud.
  32. Trop is teveel. Geboortebeperking is zeer noodzakelijk. Als het niet over pindanoten gaat, is teveel nergens goed voor
  33. Waarom moet een economie blijven groeien? Pintje voor bevredigende uitleg.
  34. Lake Toba wordt bewoond door de Batak, een christelijke minderheid in het overwegend Islamitische Indonesië, maar hier veruit in de meerderheid. Je kan al van ruime afstand zien of er ergens Batak woont. Hun huizen hebben namelijk een soort dak waarvan de tippen naar omhoog lopen. Je kan ook de schotelantenne spotten voor rechtstreeks contact met de schepper.
  35. Lake Toba is een kratermeer en op sommige plaatsen tot 450 meter diep. De Petronas towers zouden net niet boven komen. Of net wel.
  36. Het meer is zeer zuiver en voorziet de wijde omgeving dan ook van drinkwater. Helaas zijn er ook hier weer kapers op de kust. Of in dit geval: karpers. Een Zwitsers bedrijf wilt het meer ontginnen en het gebruiken als vismijn. En veel vis betekent veel vissenstront, wat minder aangenaam is om te zwemmen, laat staan drinken. Het meer zal minder toeristen zal lokken en op langere termijn zal deze ontwikkeling zeker geen economisch pluspunt voor de regio zijn. Waar we dan wel onze vis moeten kweken weet ik ook niet heel goed, maar een oceaan biedt op dat vlak meer perspectieven. Zoutwatervis is ook lekker.
  37. Fish curry. De beste ooit gegeten hier aan Lake Toba.
  38. Van hondendrol tot koeienvlaai. Het hoofdingrediënt van de Aziatische keuken is rijst. Rijst ‘s morgens, rijst ‘s middags en rijst ‘s avonds. Rijst met curry en rijst met zoetzuur. Rijstkoek. Sticky rice en nasi goreng. De gemiddelde Aziaat streeft dan ook eerder naar het Nirwana dan naar de hemel. De rijst komt hen tegen dan de oren uit.
  39. Witter dan wit. Al deze rijst is wit. Ook het brood is wit. Witter dan wit zelfs, het wordt blijkbaar gebleekt. Wit is zuiver, bruin is vuil. En ik heb moeite met kakken.
  40. Ook gezichtscrème is onvindbaar zonder whitening ingrediënt. De gemiddelde Aziër wilt zo blank mogelijk zijn. De gemiddelde blanke wilt graag zo bruin mogelijk zijn.
  41. En toen zag ik die stralende glimlach, die rode lippen. Die brokken tussen je tandvlees, die afgebrokkelde tanden en het sliertje speeksel uit je mondhoek. In Indonesië beperkte het gebruik zich voornamelijk tot de vrouwelijk helft van de bevolking, maar in Myanmar is er gelijkheid tussen de seksen en kauwt man en vrouw er gelijkwaardig op los. De betelnut.
  42. Een gemalen noot, gelijmd met een witte crème, ingepakt in een groen blad. Ze worden zeer goedkoop verkocht in pakjes van 4-5 en de bedoeling is er op te kauwen. De combinatie van de elementen zorgt voor een chemische reactie die opwekkend zou moeten werken. De combinatie van de elementen zorgt ook voor een eindeloze sloot van roodkleurig speeksel, die los in het rond gespeekt wordt. Goed mee moet uitkijken of ge glijdt er op uit. Gore nest is het.
  43. Mannen en vrouwen zijn gelijkwaardig in de Myanmarese samenleving. Mooi om zien en een groot contrast met Indonesië.
  44. De sigaretten hier zijn voorzien van smaakstoffen, clove, wat zich vertaalt als kruidnagel. Ik weet niet wat de kankerfactor hiervan is, maar het is zeer lekker. Langs de andere kant: ik vind muntsigaretten ook lekker…
  45. Cities of the future. In KL begon kregen we een tropisch onweer op ons dak. De H&M maar ingedoken om te schuilen en we moesten toch een nieuw mouwloos hempie hebben (het vorige is lichtgeel met bruin en roze, niet meer proper te krijgen). Vreemd om daarbinnen de wintercollectie te aanschouwen. Pure wol, in een stad waar het buiten vlot 30° Celsius is.
  46. In een boordevol metrostel kan ik rechtstaand over de hele wagon uitkijken. Toch heb ik een XS in de H&M. Ook vreemd.
  47. In Kuala Lumpur hebben de bussen wifi.
  48. Ik vraag me af of het netto-effect van jezelf koelte toewaaien opweegt tegen de extra hitte die je genereert door de verhoogde lichaamsactiviteit. Je zo stil mogelijk houden lijkt me de betere strategie.
  49. Teelbal van de jungle. Nieuwe tropische fruitsoorten ontdekt: de ramboutin (vertaalt zich als ‘haren van de jungle’) en mangoustine. De haren van de jungle lijken een beetje op een behaarde teelbal, maar gepeld lijkt het op – en is het eigenlijk gewoon – een lychee. Mangoustines zijn zelfs nog iets lekkerder.
  50. Rent-a-Monk. In Myanmar een Oostenrijker ontmoet die het land voornamelijk door de lens van zijn camera bekijkt. Op een gegeven moment had hij 3 monniken ingehuurd om een dag met hem rond te trekken en te poseren. Prachtige foto’s. Maar ergens moet er toch ook gewoon genoten kunnen worden zonder aan een geschikte sluiterstijd te denken.
  51. Bij deze kan ik melden dat ikzelf zonder kunstgrepen, noch ingehuurde figuranten (tenzij Hannelore dan) foto’s maak. Dogma.
  52. Boeken gelezen: ‘Mr. Nice’, de autobiografie van Howard Marks (typische backpackerslectuur, wel te pruimen en leest als een trein). ‘Poes’ van Midas Dekkers (alles van hem is goed). ‘Tongkat’ van Peter Verhulst (poëtisch geschreven en zeer speciaal, schiet voor geen meter op) en ’13 things that don’t make sense’ (voor de nerds onder ons) van Michael Brooks.
  53. In Myanmar tijdens de trekking was er een schitterende sterrenhemel. Op zo een momenten is het niet erg dat het 5°C is en de wc een gat in de grond in een hokje buiten is. Deur open.
  54. De Shwedagon in Yangon is een pagode gebouwd rond 8 haren die Boeddha zichzelf uit de kop trok en vervolgens aan de lokale koning schonk. Het geheel is overgoten met 60 ton bladgoud en afgewerkt met edelstenen. Blijkbaar wordt het regenwater op een of andere manier opgevangen en gefilterd en levert dit jaarlijks terug een kilo goud op.
  55. Monnik die we daar ontmoetten leerde ons dat er in de top diamanten uit België verwerkt zijn die, afhankelijk van waar je staat, een andere kleur weerkaatsen. Toch even onder de indruk.
  56. De monnik vroeg achteraf om een “small donation” vroeg. Met plezier 3000 Kyat gegeven (3euro wat overeenkomt met een klein dagloon voor een boer), maar ik dacht dat monniken geen geld mochten aanvaarden.
  57. ‘s Morgens is het makkelijker onder de indruk te zijn dan ‘s avonds, wanneer de zonsondergang, die in alle reisgidsen aangevinkt staat, massa’s toeristen lokt.
  58. Het is vreemd te beseffen dat de monniken een jaar eerder of een jaar later eigenlijk gewoon burgers kunnen zijn. De meeste boeddhisten zijn minstens 1 maal in hun leven monnik en het is goed mogelijk dat je tuctuc-chauffeur een paar maanden eerder kaal was en een rood gewaad met een bedelkom rondging.
  59. Monniken kauwen ook graag de betelnut. Ik zou het misschien ook doen als ik niet meer mocht eten na de middag.
  60. Overload toeristen dus. Dan maar wat rondgehangen en foto’s gemaakt van collega amateurfotografen die allemaal dezelfde ‘unieke beelden’ proberen te schieten.
  61. In Yangon Alexander leren kennen. Alexander is een 63-jarige Duitser, PhD in kunstgeschiedenis en archeologie, conservator van een museum en slachtoffer van gaybashing. Het was verbazend om te horen hoe zelfs in Duitsland homo’s nog steeds slachtoffer worden van onderhuids geweld. Al dan niet fysiek.
  62. Alexander was voor de 24ste keer in Myanmar en volgens hem was het laatste jaar alles naar de klote gegaan. De prijzen waren verdriedubbeld, de mensen waren hebberig geworden en de straten stonden vol met auto’s. Van Gui kregen we een gelijkaardig verhaal te horen. Tienduizenden auto’s bijgekomen op een jaar tijd. Hallucinant eigenlijk.
  63. Alexander nam ons mee naar een van de grootste kunstmarkten van Yangon. De grootste schatten waren inmiddels het land al uit zei hij me (ongetwijfeld heeft ie er zelf ook een paar), maar toch nog een zeer mooi halssnoer van een goei 3000 jaar oud op de kop kunnen tikken. Voor 5 euro.
  64. Ja, politiek is dit niet helemaal correct.
  65. Bokrijk in het echt. In Inle Lake een tweedaagse trekking in de omliggende heuvels richting Kalaw gedaan. De prehistorie. De omgeving valt te vergelijken met de Wauberg. Of Peer voor Den Grooten Oorlog. Ossenkarren, koken op een houtvuur in het midden van de living en geen rookdetectors.
    Wel een tv met dvd-speler, maar die hebben ze op de Wauberg ook ondertussen heb ik gehoord.
    Veel dingen worden nog op een biologische manier geproduceerd. Rieten manden, gevlochten koord, houten dozen, … Alles in mooie natuurlijke kleuren natuurlijk en iets wat niet meer te herstellen valt wordt weggegooid, is binnen twee jaar rot, verteerd en niks meer van te zien.
    Deze houding van ‘we gooien het weg als het niet meer dient’ heeft andere gevolgen als het gaat over niet-biologisch afbreekbare materialen. Onderweg toch al redelijk wat lege plastic verpakkingen tegengekomen. De Chinese nog net iets lelijker dan de Thaise.
    Als het Eurovisiesongfestival nieuwe hoogten wil scheren moeten ze niet twijfelen en Thailand en China toelaten. In dit jaarlijkse kampioenschap voor kitsch en wansmaak hebben ze geen competitie.
  66. Uitstekend voorbeeld van deze Aziatische neiging naar een lichte kitsch is de Shwedagon. Alle Boeddhabeelden zijn hier voorzien van een lichtgevend LED-aura. Ik betwijfel of Boeddha dit bedoelde met zijn weg naar verlichting.
  67. Green Tea Leaf Salad. Heerlijk.
  68. Angkor Wat minus the jungle. Bagan is een stad van 1000 tempels met schitterende zonsop- en ondergangen. Bijkomend pluspuntje is dat de tempels geen tribunes vormen voor horden toeristen om naar de zonsondergang te kijken zoals in Angkor Wat. Ik verneem dat Angkor Wat ‘gerestaureerd’ wordt en de bomen verwijderd. wtf.
    Man ontmoet met een lichte Wilkie Collins obsessie. Het zou met niet verbazen als hij op deze blog uitkomt, surfend op de zoektermen ‘wilkie’ en ‘collins’. In dat geval: gegroet, beste man. Zijn enthousiasme was dusdanig dat ik toch minstens één Wilkie Collins boek ga proberen.
    Daarnaast schitterend idee van hem overgenomen: een reiswaterkoker. Met andere woorden: een weerstand met een snoer aan. Dit gecombineerd met een pot oploskoffie en een stopcontact maakt het mogelijk bijna eender waar en wanneer een tas koffie te zetten.
    Het mag niet verbazen dat de man een Nederlander was.
  69. Vietnam Style. Wop wop. Met een smak neergekomen in Ho Chi Minh City. Wat me meteen opviel was hoe ongelofelijk plat het land alvast in het zuiden is. Veel water ook. Een beetje het Aziatische Nederland, maar dan zonder de Nederlanders en de kaas.
  70. Honda Win heet de brommer die we gekocht hebben. Behalve enkele exemplaren te koop, is er weinig over terug te vinden op het net.
  71. Ondergronds gegaan in Cu Chi, een Vietcong tunnelnetwerk van drie lagen op 6, 9 en 12 meter diepte. Zeer vernuftig in elkaar gestoken met systemen van luchtverversing gebaseerd op ondergrondse vuurtjes die verse lucht aanzuigen door strategisch geplaatste bambooshaften. Keukendampen kwamen elders bovengronds om de lokatie niet weg te geven aan de Fransen en daarna de Amerikanen. Ondergrondse scholen, operatiekamers, verborgen ingangen onder water, … Kortom, mastercourse tunnelbouwen met de Vietcong.
    20 jaar hebben ze zo geleefd.
  72. Amerikaanse piloten op de terugweg van hun missie die nog wat bommen in het magazijn hadden, kregen opdracht het resterende gebomte af te werpen boven Cu Chi.
  73. Na onze exploratie van de Vietnamese underground op een schietstand met de M1 en AK47 gaan schieten. ‘s Avonds pintjes drinken. Het lijkt wel mannenweekend.
  74. De tunnels bezoeken we samen met 500 schoolkinderen waarvan we het gejoel in de verte horen. De schietstand hebben we volledig voor onszelf. Na ons vertrek legt de bediende zich dan ook terug neer op haar matras onder haar bureau en slaapt verder.
  75. In het War Remnants Museum in HCMC de ‘Requiem’-tentoonstelling met beelden van gesneuvelde oorlogsfotografen (o.a. Cappa) bezocht. Zeer de moeite. Sponsored by Canon.
  76. Het museum was een beetje eenzijdig, maar vrij uitgebalanceerd vergeleken met de bagger die Fox News als feit uitzendt. Daarnaast kan ik me ook geen Amerikaans My Lai voor de geest halen waar de Vietcong een volledig dorpje uitmoordt of de Everglades besprenkelen met miljoenen liters van de giftigste dioxines known to man. Met een median lethal dose van 20 µg/kg bij ratten wordt TCDD (het actieve ingrediënt) beschouwd als de giftigste artificiële stof ooit. Als ik het goed begrijp volstaat een gram van het goedje om een rat van 50 ton om te leggen.
  77. Agent Orange werd gefabriceerd door Monsanto Corporation. Als er ooit een award wordt uitgereikt voor ‘most destructive corporation ever’ staat deze Factory of Evil zeker en vast op de shortlist.
  78. De Vietcong waren dermate bedreven in het bouwen van tunnels dat de Amerikanen erin slaagden een legerkamp recht bovenop een ondergronds netwerk te bouwen. Het duurde maanden voor de Amerikanen ontdekten hoe het kwam dat ze ‘s nachts beschoten werden, in hun tenten, midden in hun kamp.
  79. HCMC is scootertown: 3 miljoen exemplaren and counting. Oversteken is een huzarenstukje wat door de natives zonder verpinken en omkijken gedaan wordt. Doen alsof de straat leeg is en doorwandelen is blijkbaar de truc en werd me gedemonstreerd door onze motorverkoper die met fikse tred 8 rijstroken overstak en op wonderbaarlijke wijze ongedeerd de overkant bereikte. Leeg was de straat echter allerminst en onderweg werd hij ontweken door tientallen scooters. Zelf deed ik er iets langer over, maar het went snel. Bijzonder organische manier van verkeer.
  80. High quality highway – zoals het aangegeven stond op onze kaart – is duidelijk voor interpretatie vatbaar. Zelfs het ‘way’-gedeelte was soms bij de haren gegrepen.
  81. Onderweg belandden we “off the beaten track” in de Vietnamese Fawlty Towers. De spraakverwarring is babylonisch en “English?” zou iets om op te eten kunnen zijn. Na inchecken wijst de uitbater op een klok naar de 7. Gebarentaal stuit op zijn grenzen en er wordt me een telefoon in handen geduwd. Aan de andere kant van de lijn klinkt stilte tot op een gegeven moment een vrouwenstem “7 o’cock” zegt.
    Only this, and nothing more.
    7 uur dus. Maar wat? ‘s avonds drinken we nog wat blikken lokaal bier en de uitbaters komen ons behoorlijk beschonken een straf zelfgebrouwen drankje aanbieden. Weigeren was geen optie en ook de droge Aikinoedels die we in onze handen gestopt kregen moesten op. Zelf waren ze op een taai stuk vlees aan het kauwen wat “we dan ook maar eens moesten proberen”. De volgende morgen opgestaan met beschikking over mijn volledig zichtsvermogen (geen methanol dus) en de 7 uur bleek te slaan op de uitchecktijd. We werden zonder verpinken en zonder ontbijt de deur gewezen. Dag en bedankt. On the road again.
  82. Nooit meer voorstander geweest van een lingua franca voor de hele wereld. Liefst Engels, maar als het democratisch besloten wordt wil ik gerust Chinees leren.
    De Ho Chi Minh trail dat we volgen is de zwaarst gebombardeerde regio in de wereld. Het Ho Chi Minh Trail zelf is Charlie’s bevoorradingsroute.
  83. Ergens ter hoogte van Dong Hoi prijkt ‘World Heritage Site’ in Hollywoodesque letters op een berg en we besluiten een kijkje te nemen. Ter plaatsen stoten we er op Duke Nukem die aan een tweede leven als gids is begonnen en ons een boottochtje naar de grotten regelt. De grotten zijn behoorlijk spectaculair (weliswaar alweer verlicht in neontinten) en werden ten tijde van de Vietnamoorlog gebruikt om de pontons – onderdeel van het Ho Chi Minh Trail – overdag te herbergen. De Amerikanen zetten zwaar in op het bestoken van de grot met raketten, maar achteraf valt er geen noemenswaardige schade te noteren. Veel van de ronde vijvertjes die we onderweg tegenkomen, begonnen als 500-pounder in een Amerikaanse B52.
  84. Vietnamezen zijn carnivoren, helaas koken ze hun vlees. Toen ik voor de zoveelste keer een mooi stuk vlees in dunne schijfjes in de soep zag verdwijnen, heb ik het heft – letterlijk – in handen genomen, een mooie biefstuk afgesneden en vervolgens saignant gebakken. Belgian Style.
  85. De keuken binnengaan en wijzen blijkt vaak de enige manier om min of meer te weten wat verwachten.
    Niet alle vlees wordt gekookt en onderweg zien we op een marktje gebraden hond liggen.
  86. So Long, Ha Long.
    Na het Fawlty Towers hotel waren we nu te ‘gast’ op de Fawlty Towers boottour. “Sir, don’t go on the deck!”, was het eerste wat Peter te horen kreeg. Even later was rustig van het dek afkomen ook geen optie. “I already told you to come down. You show me no respect!”. Braaf binnen wachten tot de boot aanmeerde en dan hand in hand de grot bezoeken. ‘Chill out’ bleek niet in zijn woordenboek te staan. Een andere term niet aanwezig in zijn woordenboek was ‘vriendelijk’. Het woordenboek bleek ook geen Engelstalig te zijn. Worst. Tour. Guide. Ever. zou Comic Book Guy weten te melden. Beautiful scenery, nice boat, awful guide. De duivel bleek verstopt in de staart toen bleek dat we onze paspoorten niet terugkregen tenzij we 10$ ‘service tax’ betaalden voor de fles brandy die we op het dek dronken en achteraf in een vuilbak teruggevonden werd. Dikke ruzie, maar uiteindelijk braaf betaald. Het topmoment kwam toen om kwart voor 8 ‘s morgens de gids via de intercom (met luidsprekers in elke kajuit) iedereen naar de ontbijttafel sommeerde. “Radies and gentremen. Get up! Bleakfast!”
  87. Onderweg slippertje gemaakt. Een bocht van links die zonder pinken plots voor mij kwam af te slaan, gecombineerd met een slecht werkende voorrem en beslijkt wegdek en nog geen seconde later liggen we tegen de grond.
    Onze gemiddelde snelheid ligt rond de 50 km per uur, nadat we ontdekken dat tegen 60 de brommer uit elkaar valt. 50 is echter nog steeds vlot als al de rest 30 rijdt.
  88. Nergens ter wereld een land tegengekomen waar zoveel gevlagd wordt als Vietnam. Afgezien van Vlaanderen misschien, maar dat is tot nader order geen land. Geel en rood zijn dan ook de overheersende kleuren in het Vietnamese straatbeeld.
  89. Hoi An is het Vietnamese Brugge. Stad onder een stolp, compleet met verzandde stroom.
  90. In Dong Ha aan de praat geraakt met een 62-jarige Zuid-Vietnamees. De situatie in Vietnam was volgens hem nu beter dan in communistische tijden. Het verschil tussen arm en rijk was nu wel veel groter, maar dat kwam voornamelijk omdat toen iedereen arm was. De armen van nu waren er ook beter aan toe dan de armen in communistische tijden. Goodbye Lenin.
  91. Een goei 2500 km nadat we vertrokken, knalden we Ha Noi binnen. Vertrokken in marcelleke, aankomen in thermisch ondergoed, handschoenen en regencape.
    Schade:
    lekke band: 7 (ruwe onderschatting)
    ketting
    benzinetank
    bobine
    verbrande rugzak
    rekkers: 3
    spatbord
    lamp
    aanrijdingen met gevogelte: 1
    voorvork
    spaken
    zadel
    cillinder
    aura van onkwetsbaarheid
    voetsteun
    losgekomen onderstel
    koppelhendel
    geblokkeerde benzineleiding
    toeter (onmisbaar)
    brandwondes: 2
    aanrijdingen met andere weggebruikers: 2
    near misses: ontelbaar
  92. 2 dikke krabben als ontbijt. Heerlijk.
  93. Een constante op reis blijkt de ontmoeting met bijzonder grappige Chilenen. De eerste was er eentje die ik in Los Angeles tegenkwam en perse een foto van zichzelf op de rode loper van de Oscars wou hebben. Gearresteerd natuurlijk, maar niet zonder foto. De laatste bleek eigenlijk geen echte Chileen te zijn en was geboren in dezelfde stad als Che Guevara en Messi.
    Bia Hoi is ne versgetapte in Vietnam. Bier is over het algemeen zeer lekker en goedkoop hier. 9000 VD per pintje, ⅓ euro. Een halve liter is 10.000 VD. Goed aangeschoten voor geen 5 euro.
  94. Singapore ligt in het verlengde van Maleisië en omdat we er maar 3 dagen doorbrengen valt er ook weinig te melden. Er wonen ruim 7000 mensen per vierkante kilometer, wat getransponeerd naar Limburg zou betekenen dat de volledige bevolking van Groot Peer zich ergens tussen de markt en de kerk zou moeten vestigen. Omdat het allemaal uitstekend georganiseerd is, viel de drukte echter nog mee. In Singapore, people keep to themselves. Enkel in Little India was het natuurlijk weer koppen lopen. Hoeveel Indiërs passen er op een vierkante meter voor ze het toch wat druk beginnen te vinden?
  95. Om iedereen kwijt te kunnen breidt Singapore uit. Zo is de volledige site van het gigantische Marina Bay Sands (2500 kamers) gevestigd op land wat enkele jaren eerder nog gewoon zee was. Nu kan je er op een kleine 200 meter boven zeeniveau baantjes trekken in de rooftop infinity pool. Alles was er op enkele jaren neergepoot tegen een tempo waarmee de ring van Antwerpen al zes keer rond was geweest. Kostprijs van de grap: 8 miljard dollar.
  96. Een kamer kost er iets minder dan ons maandbudget, maar voor de spotprijs van een 10 euro kan je een pintje drinken in het Singaporese equivalent van de Hasseltse Sky Lounge. De Australiër die we er ontmoetten, nodigt ons uit op zijn kamer (800AU$): spectaculaire views op de versgeplante zelfvoorzienende ‘supertrees’ en de wachtende schepen, maar de stad ontbeert een ziel lijkt me.
    200 million rabbits. Wat immigratie betreft, weet het volgend werelddeel waar we aankomen, zijn mannetje te staan. In die mate dat er weinig overblijft van de oorspronkelijke bevolking. Bijna uitgewist en net niet opgegeten. Wel opgegeten is het gras op de outback. Door geïmporteerde konijnen (200 miljoen exemplaren and counting) en kamelen (populatie verdubbelt elke 9 jaar). Daarnaast huisvest Australië de derde grootste Griekse stad (Melbourne) na Athene en Thessaloniki.
  97. De Belgische populatie is met 1100 specimens wat dunnetjes, maar in het immigratiemuseum in Melbourne komen we te weten dat het eerste echte Australische bier (Melbourne n°1) gebrouwen werd door een Belg.
  98. De eerste vloot met settlers kwam uit Engeland in Australië aan omstreeks 1788. In die tijd lag er nog een gracht met wallen rond Peer en heersten de wilden over de Wauberg. Hoewel het continent bewoond werd door de Aboriginals werd de grond er beschouwd als ‘terra nullius’, behorend tot niemand. Spijtig dat dat concept tegenwoordig in Peer niet meer geldig is en je er voor een 10 are terra nullius een 100 000 euro moet betalen. In tegenstelling tot de notaris kennen de Aboriginals het concept ‘eigendom’ niet. Europeanen wel en claimden dan maar het hele continent.
  99. Engeland zal toen al vol en wist zich geen raad met zijn gevangenen. De boot op ermee! Eens aangekomen in de nieuwe kolonie werden ze meteen aan het werk gezet met de bouw van hun eigen gevangenissen. De gemiddelde straf bedroeg een jaar of 7 en bestond (buiten bovengenoemde gevangenissen bouwen) vaak uit de aanleg van wegen op het nieuwe Engeland. Rijden doen ze er nog steeds links, wat vooral bij ronde punten, met schakelen en op lege wegen verwarrend kan werken. Na 3 minuten spookrijden vroeg Hannelore of ik niet aan de verkeerde kant van de weg reed. Alles bijeen arriveerde er zo een 160 000 man tussen 1780 en 1868.
  100. Onder hen een zekere William Buckley die veroordeeld was tot 14 jaar voor het bezit van een baal gestolen stof. Ondanks zijn gestalte van bijna 2 meter, die niet helemaal in zijn voordeel gespeeld kan hebben, slaagt hij erin te ontsnappen. De komende 32 jaar leefde William tussen (en waarschijnlijk ook wel een beetje boven) de Aboriginals, die ongeveer tot aan zijn heupen kwamen. Het zou in The life and adventures of William Buckley mooi beschreven zijn, maar vooralsnog staat dit boek ongelezen op de Kindle.
    De Pacific over op valium en whiskey. Qantas is altijd al een van mijn favoriete luchtvaartmaatschappijen geweest. Ze verliezen af en toe een wiel, glijden wel eens van de startbaan, maar hun voedsel en in-flight entertainment is goed te verteren. Ik kijk bijna uit naar de 12 uur in economy.
  101. Jetlag is a bitch. Na 12 uur vliegen komen we op ongeveer hetzelfde uur aan als dat we vertrokken.
  102. Beste aankoop voor op reis: Amazon Kindle Paperwhite. De bijna twee kilogram boeken die ik meezeulde ingeruild voor 222 gram modern comfort. In plaats van 3 boeken heb ik nu een bibliotheek op zak mét ingebouwde dimbare achtergrondverlichting for reading in the dark.
  103. In Chili volgen we Spaans met 2 Australiërs (zeer grappig overigens). Jake woont in Darwin, de stad met de grootste aboriginalbevolking (rond de 30%), maar samenleven blijkt niet evident. “Their brain is wired differently” en “Imagine having a set of idea, morals and values, and then turn them around completely.”
  104. De Belgische kusttram is met 67 kilometer de langste tramlijn ter wereld is. Net even lang als onze kustlijn. De kustlijn in Sydney alleen zou al rond de 400 km liggen.
  105. No wifi, no worries. Minder internet dan verwacht in Australië. Internetcafé’s zijn zeldzaam en in restaurants staat er geen wifi op de menu. Dan maar een simkaartje gekocht en voor 10 dollar zijn we een gigabyte verder. Google Maps is verdorie handig.
  106. In Australië hebben ze ook ne Aldi.
  107. Liften naar Byron Bay. Byron Bay ligt een kleine 800 km boven Sydney en is de hippie hide-out van Australië. Blijkbaar veel wiet, veel surf en veel hippies. Ook het aantal steuntrekkers ligt er volgens Richard op het hoogste niveau van heel Australië (wat naar Belgische normen nog altijd laag is). Toch eens checken. Bedoeling was liften en camperen. Uit het oog verloren dat het weer hiervoor moet meezitten. Wie verwacht er nu ook regen aan de Sunshine Coast? Van een huis aan de Bay van Sydney in upperclass Balmain belanden we op een familiecamping in Norah Head. Denk hierbij aan families die kinderen, tv, frigo en jaarvoorraad barbeque inpakken en 20 minuten verderop een tentenkamp opslaan om een maand vakantie door te brengen.
    Omdat karaoke en fingerpainting niet blijven boeien liften we verder.
  108. Backpacker Murders. Iedereen in Australië die van ons hitchhike plannen hoort, begint spontaan over Ivan Milat. Geruststellend. De lokale Dutroux teisterde New South Wales in de jaren negentig en wordt gelinkt aan een aantal verdwijningszaken. Hij werd uiteindelijk gevat door een tip van een Engelse lifter die wist te ontkomen. Blijkbaar loopt het niet enkel in België scheef bij de politie; want verschillende belangrijke tips samen zijn eerste belangrijke getuigenis, raakten nooit tot bij de juiste dienst.
    “How weird is that?” – Een vrouw die ons meenam tijdens het liften, vertelde dat ze in haar jeugd met Ivan Milat op school had gezeten. Haar kinderen zaten nu op school met zijn kleinkinderen en waren ooit bij haar thuis komen spelen. Op 5-jarige leeftijd bleek Milat junior al een vreemd ventje te zijn dat de slaapkamer was binnengebroken om daar stenen onder de matras te leggen.
    Net zoals Dutroux zat Milat ook al eerder vast. Met 7 keer levenslang zonder mogelijkheid op vervroegde vrijlating is de kans dat hij nu nog vrijkomt, iets kleiner dan die van Dutroux. Wanneer ze zijn botten uit de cel halen is onduidelijk. Dutroux en Milat hebben er ook allebei al een hongerstaking opzitten in de gevangenis. Milat voor een Playstation, Dutroux voor een pot Nutella als ik me goed herinner.
  109. De Australische tegenhanger van de Belgische Nationale feestdag is Australia Day. Op 26 januari slaat iedereen aan het bierdrinken en barbecuen ter gelegenheid van de verjaardag van de aankomst van de First Fleet. In tegenstelling tot België, waar er naast een militair défilé – qua saaiheid enkel overtroffen door de toespraak van de koning – weinig te beleven valt, is in Australië de dag zijn titel van nationale FEESTdag waard.
  110. De volgende dag is National Hangover Day.
  111. Australië moet zowat het duurste land ter wereld zijn. Het goedkoopste dormbed in een hostel in Melbourne kost vlot 30 AU$
    Voorlopig nog niet beroofd, behalve door de oceaan die mijn horloge wist buit te maken. Ook de overval op mijn surfboard was in eerste instantie succesvol en zorgde bijna voor een verdrinken van mijnentwege. Al zwemmend het strand terug weten te bereiken en daar ook mijn surfboard teruggekregen.
  112. Bogan is het Australisch equivalent van een redneck. Hoewel Greg rondreed in een witte pick-up, een Harley in de garage had staan en we hem om 9 uur ‘s ochtends al barbecueënd aantroffen is hij allesbehalve bogan. Greg is een godfearinhorsebackridinharleylovinmeateatinsurfin cowboy. Greg is ook de vriendelijkste mens ter wereld en we mogen 5 dagen in zijn huis slapen en zijn surfboards gebruiken. Zomaar. Voor niks.
  113. De beste manier om een koala te spotten, is uitkijken voor Aziaten in de wegberm. Greg: “If there’s an Asian looking up a tree, there’s a koala.”
  114. Het Opera House in Sydney wordt binnenkort gesponsord door Ethiad. Gepland om in 1963 af te zijn, liep de bouw uit tot 1973 kostte uiteindelijk een dikke 100 miljoen $. 14 keer meer dan vooropgesteld. Het Antwerps justitiepaleis kostte met zijn 280 miljoen euro slechts 4 keer meer als vooropgesteld.
  115. Als dinosauriërs veren hadden, zou een T-Rex een beetje op Pino lijken en Jurassic Parc meteen heel wat meer van Sesame Straat weghebben.
  116. Roadkill. De eerste kangoeroe die we tegenkomen in Australië ligt dood langs de weg.
  117. De temperatuur van het heelal bedraagt ongeveer -270 °C.
  118. De Chilenen zijn de Engelsen van Z-Amerika. Gereserveerd en een goed gevoel voor humor. Helaas spreken ze vaak Spaans en ik vaak niet.
  119. Ook al spreek je wel Spaans, het blijft moeilijk om Chilenen te begrijpen. Woorden binnensmonds mompelen, halfweg afbreken en elke zin spijzen met ‘weon’, ‘catchai’ en andere woorden die enkel in Chili gebruikt worden. Op dat vlak zijn het een beetje de West-Vlamingen van Zuid-Amerika.
  120. Valparaiso, werelderfgoed, is het Gent van Chili. Een schitterende stad met een verleden, maar niet zoals Brugge onder een stolp geconserveerd. Kleurrijke en mooie gebouwen, waarvan het overgrote deel dateert van na 1910. Zoals in Duitsland alles regelmatig gereset wordt met ne goeie oorlog, bevindt Chili zich over bijna zijn volledige lengte op een breuklijn. Platentektoniek in de boeken, aardbevingen in de praktijk en alles groter dan 50cm wordt in Chili op gezette tijd van de kaart geveegd.
  121. Net zoals Eskimo’s verschillende termen voor de verschillende soorten sneeuw hebben en Engelsen een heel vocabulaire hebben om verschillende gradaties van bezopen nauwkeurig te omschrijven, hebben ze in Chili verschillende woorden voor aardbeving. Terremotto (vanaf 5,8 op Richter zijn schaal) en tremblor (minder) zijn de voornaamste.
  122. Wat een terremotto in de zee voor gevolgen heeft, kan in Fukushima of Phuket nagevraagd worden. Tsunami. Vaak zie je in kustgebieden dan ook bordjes met vluchtroutes in geval van tsunami. De laatste in Pichilemu dateert van een paar jaar geleden. Hoewel Pichilemu het surfersmekka van Chili is, bleef de tsunami ongesurfd. Dat het nacht was, was ongetwijfeld een belangrijke factor hierin. Of het tsunami-alarm afging is een andere vraag. Omdat het tevens gebruikt wordt om de leden van de vrijwillige brandweer tot verzamelen te blazen – en bijgevolg dagelijks afgaat – is het even nuttig als een autoalarm in Schaarbeek.
  123. Terremotto heeft zijn naam ook gegeven aan een drankje, wat op geheel eigen wijze de wereld op zijn kop zet.
  124. Nog een drankje met de intrinsieke eigenschap (40°) uw wereld op zijn kop te zetten is Pisco, een drankje dat de Spanjaarden begonnen te brouwen nadat ze erachter kwamen dat de wijn hier maar shit was en ge van druiven alleen zo moeilijk zat wordt. Pisco Elqui was een statie in Chili. De drank is niet genoemd naar het stadje, maar omgekeerd als een strategische zet in de oorlog tussen Chili en Peru om het vaderschap van de Pisco. Varianten Piscola en Pisco Sour.
  125. Pichilemu doet denken aan een Amerikaans surfstadje uit de eighties – zoals ik mij Amerikaanse surfstadjes in de 80’s inbeeld tenminste – en huisvest sommige van de beste golven ter wereld. Alleen niet toen wij er waren. Thuis in datzelfde rijtje van ‘bad timing’ horen ons bezoek aan de vallei met de mooiste sterrenhemel tijdens volle maan en een maand (what’s in a name) later opnieuw. Volgende maand nog maar eens proberen.
  126. Naar welke Leopold is Leopoldsburg eigenlijk vernoemd?
  127. Dat Evan mijn verhaal niet helemaal begrepen had, bleek nadat ik hem vertelde dat ik naar Santiago ging om een nieuwe lens te kopen. “There’s heaps of busses going to Buyalens?”
  128. Even hard moeten lachen met andere Australiër. This time the joke was on me nadat ik me tijdens de Spaanse les afvroeg of ze kangaroos fokten in Australië. “Do you fuck kangaroos?” met andere woorden. Pardon?
  129. Heel Chili is blijkbaar in handen van 7 families.
  130. Chili con carne. O con azucar, con mayo y con queso. En liefst alles tesamen. De gemiddelde Chileen sleept wat kilo’s extra mee en zeker de kinderen hebben een groter drijfvermogen dan gemiddeld. Onvoorstelbaar wat een zoetigheid hier verorberd wordt. In Argentinië is het blijkbaar niet veel beter en krijgen de kinderen cola bij hun melk op school. Voordeel van dat extra laagje is wel dat ze in de behoorlijk frisse zee konden spelen. Zonder wetsuit begon ik er zelf niet aan.
  131. Zuid-Amerika is één groot straathondenasiel. Azië ook wel, maar ik vermoed dat de populatie daar onder controle wordt gehouden door ze op te eten. Wat nog opviel was de verscheidenheid aan soorten. Natuurlijk bestaan er praktische bezwaren tegen het kruisen van een teckel met een St-Bernard, maar je zou toch veronderstellen dat alles na een paar generaties in een soort überstratier zou evolueren, een mengelmoes van alle mogelijke rassen. Toch zijn er nog verschillende soorten, over het algemeen zien ze er gelukkig en gezond uit en zorgen ze voor weinig problemen. Een Duitse herder met de kop van een labrador ziet er dan ook allesbehalve angstaanjagend uit. Fijn om te observeren vanop een bankje in een parkje hoe de dieren volledig hun eigen zin doen en een volledig parallelle samenleving hebben opgebouwd.
  132. Pro90. Skateboarding is helemaal terug (of is het net gearriveerd) in Chili. Hoe ouder en plastieker het plankje, hoe hipper.
  133. Veel Chilenen horen klagen over het gebrek aan fietsfaciliteiten. Zou een mooie uitdaging (en toeristische trekpleister) zijn, het langste fietspad ter wereld.
  134. In omgekeerde richting, bijna 200 jaar na datum, maar in het spoor van José de San Martin trekken we de Andes over. In tegenstelling tot de bevrijder van Chili en Argentinië deden we dit niet te voet, maar in een dubbeldekkerbus met zetels die helemaal plat gaan. San Martin is een nationale held in Argentinië en je kan geen straat tegenkomen of ze is naar hem vernoemd. Wat niet iedereen weet, was dat San Martin na zijn bevrijding van Argentinië en Chili in Brussel terecht kwam. Zijn revolutionaire kont was er nauwelijks gesetteld of er brak natuurlijk ook daar een revolutie uit die zou leiden tot de onafhankelijkheid van België.
  135. Weinig wolken. De Atacamawoestijn in het Noorden van Chili is een van de droogste regio’s ter wereld. Sommige weerstations hier hebben sinds hun oprichting meer dan honderd jaar geleden nog geen druppel regen gevangen. Een van de redenen waarom er enkele Europese sterrenobservatoria gevestigd zijn. Maar wat is een wereld nu zonder wolken?
  136. Eeuwig solden. Op een ochtend ontdekken dat je bankrekening in dollar opeens peso’s geworden zijn en je vermogen ongeveer door vier gedeeld werd. Het overkwam de Argentijnen in de crisis van 2002. Wantrouwen jegens de banken zorgt ervoor dat veel Argentijnen nu euro’s of dollars in de matras sparen. Het is echter niet simpel om deze euro’s op een officiële manier te bemachtigen. Gevolg: op de zwarte markt kregen we 10 peso voor een euro, officieel 6,5. We brachten euro’s mee (merci Lotte!) en hadden bijgevolg een korting van meer dan 30% op alles. Natuurlijk vraagt zoiets om misbruik en de autoverhuurder vertelde ons over een circuit waarbij Argentijnen in Amerikaanse casino’s met de creditcard jetons kopen, zich een middag onledig houden en op het eind van de avond de jetons in dollars cash inwisselen. Die kunnen ze vervolgens voor veel meer geld in Argentinië verkopen. Completely legal.
  137. Volgens diezelfde autoverhuurder ging het tegenwoordig economisch gezien beter met Argentinië. Op welke schaal is me niet duidelijk. Op het wagenparkvlak is de vergelijking met Cuba niet ver weg. Een paradijs voor oldtimerliefhebbers, tenminste, als roestvrijheid en aanwezigheid van alle deuren niet hoog op het prioriteitenlijstje staat. Waar het in Cuba voornamelijk Amerikaans auto’s betreft, worden hier de straten bevolkt door Peugeots 504 en R4′kes. Ik vraag me niet langer af waar de auto’s heen gingen wanneer in 1984 in België gezegd werd: “hmm, nu is ie toch écht versleten.” Lang geleden dat ik nog twee geitjes achter elkaar zag rijden.
  138. Bitter. Olijven recht van de boom zijn niet bedoeld voor menselijke consumptie. Jek. Alvorens ze in de pot belanden, brengen ze de eerste 41 dagen van hun afterpluk life door in een zoutbad. Het verschil tussen groene en zwarte olijven is louter leeftijd, 1 maand meerbepaald. Zelfde boom, andere kleur.
  139. Eentje voor de kwissers. Vanuit Mendoza trekken we met Adolfo terug de Andes in richting Aconcagua, de hoogste berg van de Amerika’s (6960m). De hoogste berg ter wereld ligt overigens grotendeels onder water. Van voet tot kruin telt de Mauna Kea in Hawaï 10.072 meter, waarvan 4206m boven het zee-oppervlak. Tegen de flanken van de Aconcagua hangen overigens nog de lijken van drie Braziliaanse klimmers.
  140. Het enige wat in Zuid-Amerika in sneltreinvaart gaat, is de verloedering van het spoornetwerk. Van de schitterende historische routes schiet er buiten wat verroest spoor, hier een daar een nutteloze brug en wat locomotieven in de berm niet veel meer over. Misschien kunnen ze er een fietspad op aanleggen.
  141. Whale Killer. Nadat Spaanse zeelui orka’s walvissen zag aanvallen, bedachten ze deze zwartwitte snoodaard met de naam whale killer – later verkeerdelijk vertaald naar killer whale. Deze ‘superpredator’ moet van niemand schrik hebben en eet great whites als ontbijt. Voor lunch is het soms moeilijk kiezen, op het menu staan nog een 80-tal soorten. Ook op het land ben je niet helemaal veilig en zeehondenpups worden van het strand weggesnoept door orka’s die zich opzettelijk laten stranden. Nog verder landinwaarts trekken zou hen met een kruissnelheid van 55 per uur en geen notie van bebouwde kom snel duur komen te staan bij onze blauwwitte vrienden.
  142. Pinguïnos. In Punta Tombo verzamelen zich elk jaar een miljoen exemplaren voor het grote paringsfeest. Toen wij aankwamen bleek het overgrote deel al richting Zuid-Brazilië vertrokken. Dezen die overbleven moesten nog van pluimenkostuum wisselen of hadden geen partner gevonden. Net zoals bij de mensen verzamelen deze exemplaren onder een brug. We waren er overdag en ik kan dus niet bevestigen of ze ‘s avonds bier in bruin papieren zakken dronken bij een vuurke in de olieton.
  143. Faggots. Homopinguïnos staan erom bekend eieren te roven van heterokoppels om ze vervolgens zelf uit te broeden. Een van de opzichters was getuige van twee exemplaren van hetzelfde geslacht, die nadat de ene onder lag, van positie wisselden en opnieuw aan de slag gingen. Bij de zwarten zwanen is zelfs 1 op vier van de koppels homosexueel. Hoe zijn die in hemelsnaam op Noah’s Ark geraakt of wat zegt de Koran hiervan? Stenigen veronderstel ik?
  144. Backpackerliteratuur. In Azië kwamen we regelmatig straatverkopers tegen die zeulden met een stapel boeken. Het typische backpackersleesvoer bestaat naast de verpichte Lonely Planets uit de 1984’s en Brave new world’s van deze wereld.
  145. Vlees. Uit meer moet een Argentijnse maaltijd niet bestaan.
  146. Gelezen: Marching Powder (waargebeurd verhaal over de vreemdste gevangenis ter wereld in La Paz), Senor Nice (opvolger van Mr. Nice), de eerste van Agatha Christie, een Pieter Aspe, alles van Midas Dekkers, een herlezing van Het Parfum en Kruistocht in spijkerbroek, Herinnering aan mijn droeve hoeren van de Zuid-Amerikaanse held Gabriel Garcia Marquez, Boy van Roald Dahl (voor lezers tussen 7 en 77) en Reizen zonder John van Geert Mak (dikke aanrader).
  147. Daarnaast ook nog ’50 tinten grijs’. Iedereen die beweert dat dit geen porno is, liegt. Niks mis met porno trouwens, helaas toch een kutboek.
  148. Naast orka’s spoelden in Puerto Madryn rond 1870 ook een lading Welshe settlers aan. Op de vlucht voor armoede en Engelse onderdrukking in Wales besloten ze het ergens anders opnieuw te proberen. Vreemd om schuilend voor de regen een museum binnen te duiken en opeens conversaties in het Welsh te horen Nog een gevolg is dat het ontbijt in ons hostel uit cake bestond.
  149. Een busreis van 35 uur en we zitten nog steeds in hetzelfde land.
  150. Het archeologisch hooggebergtemuseum in Salta, Argentinië herbergt 3 gemummificeerde overblijfsels van mensenoffers. Mensenoffers waren zeldzaam en het was een privilege om geofferd te worden. Hoe de offers daar zelf over dachten, is me niet bekend.
  151. Yerba Maté is een kruid dat in combinatie met heet water een drankje oplevert waar heel Argentinië verslaafd aan is. Als de helft van de supermarkt met thermos, beker en zuigstrootje rondloopt mag je rustig van een nationale verslaving spreken. Wel lekker.
    Een ander vaakgedronken drankje is Fernet. Afkomstig uit Italië, is de samenstelling van dit kruidenmengsel een even groot geheim als dat van Coca Cola. Volgens mij zit er lavendel in.
  152. Low on budget, high on technology. Got wifi?
    Reysen gebeuret heeden ten dage grootendeelsch op het weereldwyde web. Het zogenaamde backpackerstrail – de door kuddes rugzakkers uitgesleten holle weg – loopt van het Thorn Tree Forum over Tripadvisor naar Hostelbookers. Van de ene hostel naar de andere hotspot. Reviews lezen en alvast een bed boeken, want een zekere planning is wel vereist. De hostels met de hoogste rating lopen snel vol en je bunk is verkocht voor je wakker bent. Op voorhand even de weg van het busstation streetviewen en voor de zekerheid de kaart downloaden met Google Maps, overbodige rugzakkilometers zijn namelijk te vermijden. Inchecken met facebook.
    Geen onaangename verrassingen meer. Ook geen aangename verrassingen meer.
  153. Recentelijk van de technologieboom gevallen, is mijn Kindle. Bespaart kilo’s boek en ik lees in bed met achtergrondverlichting. Boekentips van andere reizigers worden opgeslaan als nota op mijn smartphone en twee torrents later via Calibre uit mijn virtuele bibliotheek met 15000 boeken geselecteerd. Verder sleept deze flashpacker zijn Argentakaartlezer mee om te checken of het budget nog in evenveel dagen voorziet als er te reizen zijn, een ordinaire kaartlezer om foto’s af te laden, twee backup harde schijven – verspreid over twee rugzakken, in geval er eentje gepikt wordt – en een eID-lezer om mijn belastingen af te handelen (“niet thuis” is geen geldig excuus voor de BBI). Daarnaast extra sd-kaartjes voor de kleine camera en CF-kaarten voor de grote camera. Bijhorende laders. audiokabel voor muziek in de rental van en wat USB-sticks, altijd handig. Laptops. Inderdaad, meervoud. Hannelore heeft haar netbook mee voor dagboek- en skypenaangelegenheden, zelf sleur ik enkele kilo MacbookPro mee. Hoofdreden voor deze grap is dat er strepen over het 17”-scherm lopen, het beest zo goed als versleten is en het bijgevolg niet zo heel erg is als hij gepikt wordt. Hij is echter wel nog goed genoeg om foto’s in Lightroom binnen te halen en te bewerken. Blog updaten en foto’s uploaden voor het thuisfront en voor de hedendaagse versie van de aai over de bol – de ‘like’. The more the better. Met Skype ben je nooit meer echt wégweg. We zijn echter niet alleen. Er zijn idealisten – vaak early twenty, behangen met handmade armbandjes, goede voornemens en gestreepte broeken – die het met oldskool plak- en dagboek en zonder slimme telefoon proberen, maar de gemiddelde hedendaagse hostelkeuken moet niet onderdoen voor Houston Mission Control Center en waar vroeger gezeverd werd, zit nu iedereen op de iPad en worden de straffe verhalen op facebook gepost.
  154. De matrix is geen film, maar bestaat echt en heet de metro van Singapore. Iedereen plugged in, lampen gaan bijna spontaan branden en je wordt langzaam elektromagnetisch gaar geroosterd.
  155. En dan zit je opeens in Bolivië… Maar ook in Bolivië zie je het vrouwtje in traditionele klederdracht met bolhoed en twee lange vlechten een gsm uit één van haar rokken tevoorschijn toveren. Wie zijn fortuin wil uitbreiden kan in Uganda terecht waar de drie voornaamste uitgavenposten van de ‘arme negerkes’ onderdak, eten en telecommunicatie zijn. Niet noodzakelijk in die volgorde. De mooist geschilderde hutjes in de meest afgelegen dorpjes zijn deze waar ze belwaarde verkopen.
  156. Scheme to get rich n°324:
    performant 4G netwerk uitbouwen en voor een prijsje geschikte gsm’s uitdelen.
    facebook installeren. Sit back and watch the money roll in.
  157. Verdwalen doen we echter nog steeds, ondanks de goede zorgen van de gps, uit eten gebeurt vaak op aanraden van real life mensen en ook pinten kunnen voorlopig nog niet virtueel gepakt worden. Gelukkig maar.
    Kwijtgespeeld: Zwitsers zakmes, Lonely Planet Vietnam, kaart Vietnam, telefoonlader, fototoestel, identiteitskaart (waardoor vernoemde eID-lezer ook nutteloos geworden is), ducttape, zonnebril of 5, sokken, slaapzak.
  158. The last taboo. Iedereen – de occasionele stomapatiënt te na gesproken – doet het, toch blijft erover praten (zeker tijdens de maaltijd) enigszins taboe. Kakken. Waar het gebruik van toiletpapier in Europa zo normaal is dat er niet meer bij stilgestaan wordt, is in Azië de ‘toiletslang’ ingeburgerd. Papier wordt hier enkel gebruikt om de boel op te drogen en daarna in het vuilbakje te deponeren.
    Iedereen die ooit geprobeerd heeft zijn auto te wassen met louter papieren doekjes, weet dat water een essentieel onderdeel van het reinigingsproces is. Zoals Theo Maassen al meldde zijn er met enkel het gebruik van papier twee mogelijkheden: òf er valt niets af te vegen, òf het is vooral uitsmeren wat je doet. Gaandeweg een grote fan geworden van de toiletslang.
    Hier in Zuid-Amerika wordt het slechtste uit de twee werelden gecombineerd. Niks toiletslang, ‘zuiver’ maken gebeurt met papier, maar in tegenstelling tot Europa – waar je de bekakte nest samen met de rest van het afval doorspoelt – is daar de afvoer hier niet op voorzien. ‘Gelieve het gebruikte toiletpapier in het daarvoor bestemde vuilbakje te deponeren.’ Wat is er nu goorder dan een bak vol met bekakt papier, recht voor je neus?
  159. Japan daarentegen, da’s blijkbaar andere kak. Kakken is er in dit kakmekka geëvolueerd naar een geautomatiseerde ervaring waar – buiten het persen zelf – geen menselijke inbreng meer vereist is. De kakker heeft keuze uit een aantal programma’s en ondertussen worden melodietjes gespeeld om de bijhorende soundtrack te camoufleren. Na afloop wordt een verwarmde waterstraal gevolgd door een drogend windje. Natuurlijk is ook de temperatuur van de toiletbril in te stellen en de kak kan naar wens geanalyseerd worden op mogelijke tekorten. “Eat more fiber”. De ecologische voetafdruk van het toilet alleen moet ongeveer gelijk zijn aan die van 7 negers.
    Met mijn fascinatie voor het toiletgebeuren ben ik in goed gezelschap, ook Bill Gates heeft een gezonde interesse voor het hele proces ontwikkeld en heeft al verschillende miljoenen gepompt in een perfectionering van het systeem. De tientallen liter water die elke toiletbeurt kost, kunnen op nuttiger manieren besteed worden en gebrekkige hygiëne is vaak oorzaak van epidemies en all other kinds of shit. Ik weet niet of Bill op de hoogte is, maar op het Hairy Lemon Island in Uganda hebben ze biologische toiletten. Samengevat is dit een grote put waar iedereen zijn gevoeg in deed. Urine wordt apart afgevoerd. Af en toe een beetje kalk op gooien voor een betere compostering en om de paar maanden afsluiten om de natuur zijn werk te laten doen. Als ik de uitbater moet geloven, bleef er na enkele maanden niets dan zuivere compost over.
  160. Rijdende salons. Op de langeafstandsbus in Zuid-Amerika is er de keuze tussen cama – wat bed betekent en hier ook op neerkomt – en semi-cama. Semi-cama maakt een hoek van 160 graden. Goed genoeg om je de eerste uren comfortabel te nestelen en een gevoel van full cama te geven, niet genoeg om dit de hele rit vol te houden. Na enkele uren slapen op een bed dat je ruggengraat in een vreemde kronkel plooit, wordt het moeilijk om langer dan 10 minuten eenzelfde houding te bewaren. En hoe goed de bus ook mag zijn, als de weg niet verhard is, is het soms afzien en de Boliviaanse versie van de trilplaat is de weg tussen Uyuni en Tupazi. 8 uur gezellig wegtrillen. Op sommige bussen wordt dit gecompenseerd door free whiskey en degelijk eten. Op andere is het benen dichtknijpen tot de bus om de zoveel uren stopt voor een pisstop.
  161. Wat zou Jezus zeggen van illegaal downloaden? Zelf kopieerde hij vissen en brood in de tijd dat kopiëren nog gewoon vermenigvuldigen heette. Was Jezus de eerste piraat?
  162. De Spaanse Holocaust. Never forget, 8 million dead. In Cerro Rico – rijke heuvel – lag het zilver enkele eeuwen geleden voor het oprapen. Letterlijk. Het verhaal gaat dat de Spanjaarden interesse in de berg kregen nadat een lamaherder vertelde over hoe hij de nacht moest doorbrengen op de berg, een vuurtje aanstak om zich warm te houden en vervolgens het gesmolten zilver zag wegstromen. De komende eeuwen werden er tonnen zilver ontgonnen – genoeg om een tweebaansweg van Potosi naar Madrid mee aan te leggen (een 45,000 ton). De slaven werden er met de duizenden aangevoerd en dood terug afgevoerd. In de mijn lieten naar schatting acht miljoen (8000000!) mensen in erbarmelijke omstandigheden het leven. Tegenwoordig wordt ze uitgeb(ui)aat door coöperatieven en zijn het dus de mijnwerkers die zichzelf uitbuiten.
  163. Coca werd eerst als duivels verboden door de Kerk, maar nadat ze merkten dat het de productiviteit van de slaven verhoogde, werd het terug toegestaan em later zelfs verplicht.
  164. Toerisme draait op superlatieven. Zo zijn we al enkele keren in de droogste plaats ter wereld geweest, evenals de diepste plaats van Amerika, de rijkste stad van de vroegere Amerika’s, de hoogste berg en nu ook weer de hoogste stad. Wikipedia weet beter en leert dat Potosi, dat deze titel claimt, net buiten de top 20 valt.
  165. $$$. Het dollarteken is afkomstig uit PoToSi en vindt zijn oorsprong in de P, de T en de S die over elkaar werden getekend.
    In Bolivië en Peru is coca legaal en wordt dan ook door iedereen gekauwd. Het zou een hongerstillend en mild stimulerend effect hebben, maar buiten een verdoofde wang moet er niet teveel van verwacht worden. Als je erover nadenkt, is het eigenlijk vreemd dat een plant illegaal kan zijn.
  166. Israëliers op reis zijn solo zeer aangenaam gezelschap. Behoed u voor groepen en daar hebben ze er vooral in Bolivë veel van. La Paz is klein Tel Aviv: volledige Israëlische hotels, menukaarten in het Hebreeuws en Israëlische muziek. Legerdienst is in Israël verplicht voor iedereen, drie jaar voor mannen en twee voor vrouwen. Na afloop wordt er vaak op reis gegaan. Favoriete bestemming in Azië is Laos, in Zuid-Amerika Bolivië. Er zijn websites en forums waar ze afspreken en het zou me niet verbazen als er een ‘jewdar’ app bestaat. Tijdens de legerdienst leren ze ook Krav Maga, een zelfverdedigingssport met efficiëntie als uitgangspunt. Zo snel mogelijk je duim in de ander zijn oog krijgen met andere woorden. Adolfo had me er al voor warm gemaakt, dus als er iemand een goede school in de buurt van Peer kent…
  167. In Bolivië en Peru is coca legaal en wordt dan ook door iedereen gekauwd. Het zou een hongerstillend en mild stimulerend effect hebben, maar buiten een verdoofde wang moet er niet teveel van verwacht worden. Als je erover nadenkt, is het eigenlijk vreemd dat een plant illegaal kan zijn. Buiten het feit dat buiten de wet stellen niet meteen schijnt te helpen en de war on drugs enkel een toename van het gebruik als gevolg blijkt te hebben, heb je voor 1 kilo cocaïne ook 500 kilo blaadjes nodig en nog ingrediënten als kerosine en zoutzuur.
  168. Coca-Cola bevatte oorspronkelijk cocabladeren met alkaloïde, tegenwoordig krijg je de gedecocaïniseerde versie. Coke coke free dus eigenlijk.
  169. Gelezen: New York – the novel van Edward Rutherford (1018 pagina’s Amerikaans geschiedenis in romanvorm, aanrader), Alles moet weg – Tom Lanoye (fijn boekske), Agatha Christie (perfect busvoer), Open Veins of Latin America (geschiedenis van de inboorlingen hier, helaas niet verder geraakt dan de eerste pagina’s wegens het kwijtraken van Kindle), Odessa Star – Herman Koch (in een vorig leven nog lid van Jiskefet en dat laat zich af en toe horen) en bezig in Paulo Coelho.
  170. Of de ruïnes van Tiwanaku kunnen dienen als bewijs voor contact met buitenlandse beschavingen, weet ik niet. Dat het verdorie goede steenkappers waren kan ik alleen maar bevestigen. Nergens een steen zo glad gevoeld of een hoek zo recht gezien.
  171. Schoenpoetsers staan zo laag op de sociale ladder dat ze vaak hun gezicht verbergen en schoenen poetsen met een bivakmuts op. De vermomming van Superman daarentegen is een bril en gel in zijn haar.
  172. Huyana Potosi – Ben Creemers: 6088 – 5800. Ik kan u meedelen dat er op 6000 meter gene lucht meer is.
  173. Gouden hoezen over de tanden is in Bolivië een teken van aanzien.
  174. Bolivia is home to the peanut en mijn lievelingssnack wordt hier in alle soorten maten en smaken per kilo op straat verkocht. Paradise.
  175. Het totaal aantal mensen dat ooit geleefd heeft, zou een 107 miljard. 7 miljard daarvan zijn er nu in leven. Als je het gewicht van deze 7 miljard mensen samen telt, kom je aan hetzelfde gewicht van alle mieren op aarde tesamen. Voor elke mens heb je wel een miljoen mieren nodig. Mensen – mieren: 7 000 000 000 – 7 000 000 000 000 000
  176. Indruk: Zuid-Amerika is properder dan Z-O-Azië. Misschien hebben ze hier ook gewoon meer ruimte om de rommel over te verspreiden. Gevoel: ik hou meer van jungle dan van woestijn en recycleren is een statussymbool.
    De behoeftenpyramide van Maslow verklaart het ontbrekend milieubewustzijn hier gedeeltelijk. Hoewel ook in het westen, waar de onderste helft van de piramide wel grotendeels vervuld is het bewustzijn nog vaak ontbeert. Conclusie: als er dan toch overconsumptie is, zijn we met teveel.
  177. Ging de laatste week onderuit met de brommer, kreeg koorts, werd gebeten door een dolfijn en ging op bezoek in San Pedro prison. Ff chillen in Isla Bonita.
  178. In La Paz namen we het vliegtuig naar Rurrenabaque. Bij de controle van de handbagage werd er niet omgekeken naar mijn anderhalve liter water en de zak coca in mijn tas werd gekeurd en goedbevonden alvorens terug in mijn tas te duwen. I love Bolivia. Minder goede herinnnering aan de luchthaven had Benjamin. Een landgenoot die de laatste twee jaar te gast is in de San Pedro Prison.
  179. Benjamin werd op Kerstavond, 21 jaar oud, met 14 kilo cocaine in zijn bagage gepakt op de luchthaven van La Paz en bracht vervolgens de voorbije twee jaar in afwachting van zijn proces als gast van de Boliviaanse staat door in de San Pedro Prison. Gast is echter een groot woord als je zelf voor je verblijf en eten moet instaan. San Pedro is een van de vreemdste gevangenissen ter wereld en we bezochten Benjamin er met een menu van de Burger King als cadeau. Gewoonlijk staan er delicatessen als geitenkop op het menu dus hij was er wel blij mee. Kinderen en vrouwen van de gevangen lopen er binnen en buiten, bewakers zijn er enkel aan de poort te vinden. Verder regelen de gevangen hun eigen zaakjes. Thomas McFadden schreef een boek met als titel Marching Powder over zijn verblijf in de gevangenis.
  180. Een voorbeeld van hoe hectisch reizen in Z-Amerika kan zijn, alles lijkt fout te gaan en tegelijkertijd toch terug goedkomt: na inlichtingen ingewonnen te hebben bij het (officiële) toerismebureau besloten we de namiddagbus van Arequipa naar Cabanaconda te nemen. Rugzak gepakt en met vier een taxi naar het busstation genomen. Daar aangekomen bleek het uurrooster veranderd en er geen namiddagbus meer nr Cabanaconda te zijn. Wat rondlopen in het busstation leerde ons dat er om 17u wel nog een bus naar Chivay reed, een dorpje 3 uur van Cabanaconda verwijderd. Besloten deze te nemen en in Chivay te overnachten. De volgende dag een wandeling gemaakt in de omgeving en die avond een knotsvolle bus naar Cabanaconda genomen. Knotsvol betekent in Zuid-Amerika werkelijk knotsvol. Cabanaconda staat bekend voor zijn diepe canyon en grote vogels, en om die te zien de volgende morgen om half zeven een opnieuw knotsvolle bus genomen richting canyon. Omdat we dezelfde dag om half 12 ‘s middags een bus terug naar Arequipa zouden hebben, informeerden we wanneer de eerste bus terug richting stadscentrum zou gaan. Dat bleek om 10 uur diezelfde morgen te zijn. Geen bus terug natuurlijk. Liften dan maar. De vriendelijke chauffeur die ons meenam wou uiteindelijk wel geld hebben voor zijn diensten. Een taxi zou goedkoper zijn, maar die reed niet. De bus die we die middag zouden nemen bleek kapot te zijn en niet te rijden. De volgende dan maar. Die bleek volgeboekt. Dan maar andere gestrande toeristen ronselen om een privebusje te regelen. Dit busje raakte uiteindelijk gevuld, maar ook overhit op enkele kilometers van ons einddoel. Uiteindelijk haalde de auto het toch nog, de volgende bus bleek echter evenzeer vol te zitten. Nu begon ons schema toch wel krap te worden, want diezelfde nacht hadden we veel geld betaald voor een nachtbus die we absoluut niet wouden missen. Oplossing kwam alweer aangereden in de vorm van een busje. Zelfde groep als voorheen bijeen gescharreld aangevuld met wat locals en we waren weer op weg. De bus die we richting Cusco zouden hebben bleek uiteindelijk toch vertraging te hebben en we waren nog ruim op tijd voor onze full cama bus. Buiten een zetel die de volledige 180 graden plat ging, waren we uitgerust met een tv’ke per persoon en draadloos internet. Reizen in stijl.
  181. Ceviche, where have you been all my life. De chemische reactie tussen de rauwe vis en het limoenvocht in combinatie met chilipepers zorgt ervoor dat de vis op deze wijze ‘gekookt’ wordt. Opdienen met rauwe ajuin. Dikke aanrader.
    Lama, alpaca, guanaco en vicuna behoren alle vier tot de orde van de tufachtigen. Twee ervan hebben we geproefd en goedbevonden. Alpaca wordt gewoonlijk gekweekt voor zijn vlees en pas opgegeten op latere leeftijd wat wel eens voor een zekere taaiheid kan zorgen. Daarnaast ook nog cavia gegeten, iets minder gek van. Cavia of cuy zoals het in Peru genoemd wordt is blijkbaar een andere naam voor the stumpy tailed rat. Rat inderdaad.
  182. Als iemand zich afvroeg hoelang het ongeveer duurt om een Kindle kwijt te raken: iets over drie maand. Ge moet het papieren boeken nageven, zonder hulp van de Nazi’s is het heel wat lastiger op korte tijd een volledige bibliotheek te verliezen.
    Cuzco was de hoofdstad van de Inca´s tot de Spanjaarden arriveerden. Ze bouwden hun gebouwen gewoon òp de heiligste plaatsen van de Inca´s. Pizarro (conquistador) wordt dan misschien wel met een aantal standbeelden wereldwijd geëerd, zijn ontvoering van de tiende inca is niet meteen standbeeldwaardig. Hij vroeg en onmogelijk hoge som losgeld en toen de inca´s dit toch ingezameld kregen vermoordde hij de heilige man alsnog. Survival of the fittest zeggen ze dan hoewel Pizarro analfabeet was en de Inca’s landbouwtechnieken gebruikten die zelfs nu ongeevenaard blijken. Pizarro beschikte wel over vuurwapens en mocht op onder andere de griep als bondgenoot rekenen. Columbus bracht in ruil syfilis als souvenir mee naar Europa. Karma is a bitch (with an STD)
    Er bestaan verschillende theorieën over het waarom van Machu Picchu. Van kweekgrond voor jonge vrouwen naar testgebied voor nieuwe landbouwtechnieken tot Heilige stad. Nieuwste theorie is dat het waarschijnlijk een koninklijk buitenverblijf was. Wat het zeker is, is Simpelweg Indrukwekkend.
  183. De eerste vaststellingen in Brazilië: ´t is fucking duur en er bestaat wel degelijk iets als de Brazilian ass.
  184. In Peru een fossiel als souvenir gekocht. Blijkbaar is het illegaal om fossielen uit Peru mee te nemen. Gelukkig raakte mijn rugzak zonder problemen door de douane. Moreel weet ik nog altijd niet wat ik er juist van moet vinden. Moeten fossielen op hun vindplaats te blijven, horen ze in een museum thuis of mogen ook privepersonen ze bezitten. En hoe zit het dan met schilderijen bijvoorbeeld?
    Bussen in Rio de Janeiro stoppen niet voor het rode licht.
  185. De laatste dagen brengen we door in Ubatuba, door de Brazilianen vaak Ubachuba genoemd. Chuba betekent regen. Damn.
  186. Gaan checken en het Maracana stadium is bijna klaar voor de finale van België.
  187. Never fly Iberia. Over geeneen vliegtuigmaatschappij zoveel klachten gehoord als over de Spaanse.
  188. Portugees werd ons omschreven als een variant op het Spaans, maar dan toch gesproken door ne Turkse Rus die teveel gedronken heeft. #Onverstaanbaar
  189. Shit…